Dicht bij mezelf blijven
1 januari.
Een nieuw jaar opent zich.
En tegelijk voel ik hoe het vorige jaar nog zachtjes doorademt in mij.
2025 is voor mij het jaar geweest van dicht bij mezelf blijven.
Niet als concept. Niet als mooie zin.
Maar als een levende oefening, midden in real life.
Ik heb gemerkt hoe snel ik, wanneer er confrontatie ontstaat, wanneer er chaos is of wanneer het rondom mij begint te wiebelen, in een fix-modus kan schieten.
De neiging om het op te lossen.
Om te regelen.
Om te zorgen dat de spanning verdwijnt, dat de confrontatie zachter wordt, dat het ongemak opgelost raakt.
Alsof het mijn verantwoordelijkheid is om de rust te herstellen, ook als dat betekent dat ik mezelf een stukje aan de kant schuif.
In 2025 ben ik me daar heel bewust van geworden.
Van dat patroon.
Van hoe snel ik mezelf uitleg, verdedig, aanpas…
Niet omdat het écht nodig is, maar omdat ik verlang naar harmonie. Naar begrip. Naar het verdwijnen van spanning.
En tegelijk voelde ik:
Hier raak ik mezelf kwijt.
Naar het einde van het jaar toe kwamen er steeds duidelijkere uitnodigingen.
Momenten waarin er confrontatie was.
Waarin er geen tegemoetkoming kwam.
Waarin ik niet begrepen werd.
En precies daar lag de uitnodiging:
Blijf.
Blijf dicht bij jezelf.
Ook als het wringt.
Ook als het spannend is.
Ook als je niet begrepen wordt, niet gedragen door de ander.
Niet in verzet.
Niet in afsluiting.
Maar in liefde.
Die beweging werd steeds concreter.
Steeds tastbaarder.
Tot ze zich niet alleen innerlijk, maar ook heel lichamelijk liet voelen.
Op 29 december vierde ik mij re-birthday.
Geen klassieke verjaardag, maar een bewust moment.
Van erkennen dat ik mezelf niet langer wil weggeven om de vrede te bewaren.
Ik bakte pannenkoeken voor mezelf.
Echte pannenkoeken.
Met veel boter.
Ik stak kaarsjes aan en maakte van iets eenvoudigs een ritueel.
Elke keer dat ik een pannenkoek omdraaide, voelde het als een anker in mijn lichaam.
Een stille belofte aan mezelf:
Je hoeft jezelf niet meer in te houden.
Je mag volledig, honderd procent, jezelf zijn.
Je mag je stem laten spreken.
Want ergens onderweg heb ik geleerd om me in te houden.
Minder direct.
Om ruimte te maken voor de ander, ook wanneer dat betekende dat ik mezelf kleiner maakte.
En zonder dat ik het doorhad, verloor ik daar ook een stuk van mijn stem.
Die re-birth ging niet over groter worden.
Maar over terugkeren.
Naar mijn authenticiteit.
Naar het eerlijk uitspreken van hoe ik het voel en ervaar,
met respect voor de ander,
maar zonder mezelf nog langer te verlaten.
Ik oefen om niet automatisch in uitleg te schieten.
Om mezelf niet te verdedigen zodat de ander mij maar zou begrijpen.
Om spanning te laten bestaan zonder haar meteen te willen oplossen.
En ja, dat voelt spannend.
Heel spannend zelfs.
Maar het voelt ook mooi.
En diep bevrijdend.
Omdat ik mezelf niet langer verlaat.
Omdat ik mezelf niet langer aanpas om verbinding veilig te houden.
Omdat ik voel dat echte verbinding pas kan ontstaan wanneer ik bij mezelf blijf.
Ik voel dat dit geen afgerond verhaal is.
Integendeel.
2026 nodigt me uit om dit verder te belichamen.
Niet alleen te weten wat waar is voor mij,
maar het ook te leven.
Met mijn voeten op de grond, mijn hart open
en mijn stem aanwezig.
Dicht bij mezelf.
In liefde.
Ook wanneer het wiebelt.