Grenzen: een proces dat steeds dieper zakt
Grenzen voelen en aangeven is geen nieuw thema in mijn leven. Het is iets waar ik al jaren mee bezig ben. Bewust. Met vallen en opstaan. Met veel voelen, reflecteren en bijsturen. En toch merk ik de laatste tijd iets bijzonders: het leven nodigt me uit om nog dieper te zakken in datzelfde thema. Niet op een mentale laag, maar in mijn lichaam, in mijn zenuwstelsel, in mijn dagelijkse keuzes.
Het is alsof elke nieuwe situatie vraagt:
kan je deze grens nu ook hier blijven voelen?
Kan je haar hier ook blijven eren, zonder uitleg, zonder verantwoording?
Wat ik daarin ervaar, is dat grenzen geen vast punt zijn dat je één keer bereikt.
Ze bewegen. Ze verdiepen. Ze verfijnen.
Er zijn momenten geweest waarop ik duidelijk nee kon zeggen, maar waar er vanbinnen nog spanning zat. Schuld. Twijfel. De oude reflex: “Hopelijk vindt de ander mij nog oké.”
Dat patroon ken ik al lang. Het verlangen om het voor iedereen goed te doen.
Om de harmonie te bewaren, soms zelfs ten koste van mezelf.
Wat nu anders is, is niet dat dat patroon nooit meer opduikt maar dat ik het zie, voel, en er niet meer naar handel.
Mijn lichaam is vaak sneller dan mijn hoofd. Het weet: dit klopt, of dit klopt niet.
En ik leer steeds consequenter om dat eerste signaal serieus te nemen.
Elke keer dat ik mijn grens uitspreek en merk dat:
de ander het respecteert
of de relatie gewoon eerlijker wordt
of iets vanzelf wegvalt zonder drama
zakt er iets dieper in mij.
Het besef dat veiligheid niet zit in aanpassen, maar in trouw blijven aan wat waar is.
Het plafond zakt niet in wanneer ik mijn grens aangeef.
De verbinding wordt ofwel helderder, ofwel eerlijker in haar afscheid.
En allebei brengen ze rust.
Dit proces voelt niet als iets afronden, maar als steeds dieper thuiskomen in mezelf.
Mijn ja wordt voller.
Mijn nee wordt eenvoudiger.
En mijn lichaam ontspant sneller, omdat het weet:
ik luister.