Huppelen als daad van vrijheid

Soms opent een gewone dag een poort naar een oeroud thema.

Ik stapte een Marokkaanse slagerij binnen in Torremolinos en mijn lichaam reageerde meteen. Mijn maag trok samen. Ik voelde me klein. Onzeker. Alsof ik daar niet hoorde. Alsof ik niet gewenst was.

Het was geen gedachte. Het was fysiek.

Toen ik weer buiten stond, voelde ik me zwaar en verdrietig.
Het woord dat zich aandiende was: bestaansrecht.

En toen ik het uitsprak, kreeg ik koude rillingen.

Dat soort rillingen die zeggen: dit zit diep.

Het ging niet over die mensen. Niet over die plek.
Het ging over een oud veld in mij. Over veiligheid. Over ergens binnenstappen en voelen: mag ik hier zijn?

Wat het zo paradoxaal maakt, is dat ik tegelijk een diepe resonantie voel met oosterse culturen. Mijn ziel herkent iets. En toch activeerde het gereserveerde, gestructureerde veld dat daar aanwezig was een oud stuk in mij.

Wanneer ik spreek over een “mannelijk veld”, bedoel ik niet mannen op zich. Ik bedoel een energie van structuur, hiërarchie, geslotenheid, kracht zonder zachtheid. Dat veld kan door mannen én vrouwen gedragen worden. Het is een energetische kwaliteit.

En in dat veld werd mijn bestaansrecht aangeraakt.

Later die avond ging ik naar een ecstatic dance met live muzikanten.
Mijn systeem stond nog open. In de auto werd ik nerveus. Mijn hoofd zocht controle, een oranje lampje op mijn dashboard werd plots belangrijker dan het was.

Toen ik de zaal binnenkwam voelde ik me nog steeds zwaar.

En dan gebeurde het.

De organisator vertelde dat hij uit Israël komt. Dat twee muzikanten ook Israëlisch zijn. Dat er opnieuw strijd was losgebroken rond vrijheid. Rond mogen bestaan.

En plots hing het thema dat ik die middag in mijn maag voelde, in de hele ruimte.

Bestaansrecht.

Niet alleen persoonlijk. Maar collectief. Archetypisch.

Op dat moment viel het van me af.

Alsof mijn lichaam zei:
dit is groter dan ik.
dit is een universeel veld.
ik hoef het niet alleen te dragen.

En toen gebeurde er iets onverwachts.

Ik werd licht.

Bubbly. Speels. Huppelend.

Geen oppervlakkige lichtheid. Maar bevrijde energie. Alsof er levensenergie vrijkwam die vastzat rond dat oude stuk.

Tijdens het optreden lagen er kaarten.
Ik trok Kali.

“Endings and beginnings. The old must be released so that the new can enter.”

De oude laag rond bestaansrecht moest losgelaten worden.
Niet door strijd. Niet door analyse.

Maar door dans.

Kali wordt vaak gezien als vernietiging. Maar wat zij werkelijk doet, is het wegsnijden van wat niet meer klopt. Wat niet meer waar is. Wat niet meer dient.

Wat die dag stierf, was niet mijn resonantie met oosterse velden.
Wat stierf, was het oude verhaal dat ik mijn bestaansrecht moet bevechten in een veld van strijd.

Wat geboren werd, was iets anders.

Ik hoef mijn bestaansrecht niet te verdedigen.
Ik mag het belichamen.

Niet in strijd.
Maar in speelsheid.

En misschien is het geen toeval dat dit gebeurde rond de volle maan in maagd, een periode die vaak karmisch aanvoelt. Volle maanenergie vergroot wat onderhuids leeft. Wat klaar is om gezien te worden, wordt uitgelicht. Wat afgerond mag worden, komt naar de oppervlakte.

Die dag voelde als een karmische afronding.

Er is al genoeg zwaarte rond het thema bestaansrecht in de wereld.
Wat het misschien nodig heeft, is iemand die het veld kan betreden zonder te verharden.

Die eerst de rilling voelt.
En daarna huppelt.

De kaart zei ook:
“The dance of the universe is a happy one.”

En dat voelde ik.
Echt.

Alsof alles die dag in sync was.
Slagerij. Zwaarte. Israël. Vrijheid. Volle maan. Kali. Live muziek. Dans.

Niet chaotisch.
Maar perfect georkestreerd.

Alsof het universum fluisterde:
vertrouw de beweging.
verlies is alleen een overgang.
bestaansrecht is geen strijd, het is een dans.

En die avond koos mijn lichaam ervoor om mee te dansen.

Volgende
Volgende

Grenzen: een proces dat steeds dieper zakt